In onze eerdere blogs hebben we uiteengezet hoe gestolen of door fraude verduisterde cryptovaluta kan worden getraceerd met behulp van blockchaintracing. We hebben laten zien hoe we in 2023 en 2024 met succes meerdere “freezing orders” hebben verkregen bij Nederlandse rechtbanken.

Een spraakmakend voorbeeld was de zaak tegen Huobi in 2023, waarin de rechter een boete van maar liefst € 2.000.000 oplegde om ervoor te zorgen dat het account van de frauderende klant daadwerkelijk werd bevroren. In kort geding vragen we niet alleen om bevriezing van het account van de gebruiker die bij crypto anoniem is, maar ook om de naam- en adresgegevens van de eigenaar van het account, zodat we deze in een vervolgprocedure kunnen laten veroordelen om de crypto uit het bevroren account terug te betalen ter vergoeding van de geleden schade.

De cruciale rol van de exchange

Na de identificatie en bevriezing van de gestolen crypto komt een volgende, niet te onderschatten fase: het daadwerkelijk terugvorderen van de activa na een procedure tegen de persoon die de crypto ontvangen heeft. Dat is bij fraude bijna altijd een “geldezel”: iemand die werkt voor de criminele organisatie. Als de procedure tegen de geldezel slaagt, moet het account worden afgeroomd. Dan is opnieuw de medewerking van de betrokken exchange nodig. Hoewel sommige exchanges bereid zijn om accounts te bevriezen op basis van een rechterlijk bevel, is het niet vanzelfsprekend dat zij ook meewerken aan het verzenden van de crypto uit het bevroren account naar het slachtoffer, ook niet als de eis  van het slachtoffer is toegewezen.

De exchange kan op dit punt een nieuwe afweging maken en is niet gebonden aan het oordeel van de rechter in de vervolgprocedure tussen het slachtoffer en de klant van de exchange, vooral als de exchange geen partij was in die zaak. Dit kan leiden tot frustratie van  het terugvorderingsproces.

Proactieve aanpak via het kort geding

Om de verplichtingen van de exchange helder te krijgen, is het vaak efficiënter en goedkoper om dit al tijdens het voorafgaande kort geding te regelen, als extra stap naast de bevriezing. Door de exchange direct te betrekken bij de procedure en een voorziening te vragen die verder gaat dan alleen de bevriezing, kan in een vroeg stadium duidelijkheid worden verkregen over de uiteindelijke teruggave van de gestolen crypto.

Analyse vonnis Rechtbank Noord-Holland 10 januari 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:138)

Een recent vonnis van de Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2025:138) illustreert deze proactieve aanpak. In deze zaak vorderde het slachtoffer van cryptodiefstal in kort geding niet alleen de bevriezing van de accounts bij de exchange MEXC Global Limited, maar ook:

  • Informatieverstrekking: De rechtbank veroordeelde MEXC tot het verstrekken van de NAW-gegevens van de gebruikers van de betreffende accounts, evenals informatie over het aantal en soort cryptovaluta die door de bevriezing waren getroffen en de mutaties op de accounts vanaf de datum van de diefstal.

  • Overdracht van activa: Onder de voorwaarde van toezending van een vonnis waarin de betreffende persoon wordt veroordeeld tot schadevergoeding aan het slachtoffer, werd MEXC veroordeeld om de activa in het account te verzenden (indien het digitale activa betreft) respectievelijk te betalen (indien het liquiditeiten betreft) op een cryptoaccount of bankrekening van het slachtoffer.

Waarborging van de rechten van de gebruiker

Het is belangrijk te benadrukken dat de rechten van de klant van de exchange in deze procedure voldoende worden gewaarborgd. De gebruiker van het account zal immers worden opgeroepen voor de vervolgprocedure, waarin hij de mogelijkheid heeft om verweer te voeren tegen de stelling van de eiser dat hij geen recht heeft op de gestolen cryptovaluta.

Conclusie

Het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland laat zien dat een proactieve aanpak in kort geding, waarbij naast bevriezing ook informatieverstrekking en overdracht van activa worden gevorderd, een effectieve manier kan zijn om gestolen cryptovaluta terug te vorderen. Door de exchange vroegtijdig bij de procedure te betrekken en duidelijke verplichtingen op te leggen, wordt de kans op een succesvolle teruggave aanzienlijk vergroot.