Het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen (EAPO), gebaseerd op Verordening (EU) nr. 655/2014, stelt schuldeisers in staat om grensoverschrijdend beslag te leggen op banktegoeden in EU-lidstaten. Deze regeling vereenvoudigt het veiligstellen van vorderingen door een verzoek bij de nationale rechter in te dienen, zonder dat een aparte procedure in het buitenland nodig is. Een EAPO-beslag is met name waardevol in zaken waarbij snelle actie vereist is om te voorkomen dat een schuldenaar vermogen wegsluist.

De CFD-broker zaak: beslag op Cypriotische rekeningen

In de zaak ECLI:NL:RBGEL:2022:402 stelde een Cypriotische broker de geldigheid van een Europees bankbeslag ter discussie. Een Nederlandse eiser, een cliënt van ons kantoor, had bij de Rechtbank Gelderland verlof gevraagd om beslag te leggen bij de Cypriotische bank van de broker. De rechter verleende het bevel, waarna beslag werd gelegd op drie rekeningen bij Eurobank Cyprus Ltd. Hiermee wilde onze cliënt verhaal voor een vordering veiligstellen die verband hield met oneerlijke handelspraktijken.

Argumenten voor opheffing van het beslag

De CFD-broker verzette zich tegen het beslag en stelde dat:

  1. Clientenrekeningen onder MiFID II: De geblokkeerde rekeningen waren volgens de broker cliëntenrekeningen, waarvan de gelden juridisch toebehoren aan cliënten en niet aan de CFD-broker. Volgens MiFID II-voorschriften mochten deze gelden niet voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt.

  2. Geen dringende behoefte: Er zou geen risico bestaan dat de eiser zijn vordering niet meer zou kunnen innen, omdat de rekeningen geen vermogen van de CFD-broker zelf bevatten.

De rechterlijke afweging

De voorzieningenrechter wees het verzoek tot opheffing af op basis van de volgende overwegingen:

  1. Dringende behoefte aan beslag:

    • Het bedrijfsmodel van de CFD-broker (CFD-handel) kent een inherent risico op vermogensfluctuaties en wegsluizing van middelen.

    • De rekeningen bij Eurobank Cyprus Ltd en Bank of Cyprus waren de enige bekende vermogensbestanddelen waarop de eiser zich kon verhalen.

    • Eerdere jurisprudentie over vergelijkbare CFD-zaken ondersteunde de vrees voor oninbaarheid.

  2. Jurisdictie over rekeningsoort:

    • De vraag of cliëntenrekeningen onder Cypriotisch recht beslagvrij zijn, valt onder de bevoegdheid van Cypriotische rechters (art. 31 lid 3 EAPO-Vo). De Nederlandse rechter beperkte zich tot het beoordelen van de urgentie van het beslag.

  3. Procedurele aspecten:

    • De CFD-broker had de bezwaren tegen de rekeningsoort via een aparte procedure in Cyprus moeten aanvechten, niet via een kort geding in Nederland.

Belangrijke lessen uit de uitspraak

  1. Focus op urgentie: Nederlandse rechters toetsen bij EAPO-verzoeken primair of er een reëel risico op oninbaarheid bestaat, niet de juridische status van geblokkeerde rekeningen.

  2. Internationale rolverdeling: De EAPO regelt alleen de tenuitvoerlegging van beslag. Vragen over nationale beslagvrijstellingen (bijv. cliëntgelden) blijven onderworpen aan het recht van de lidstaat waar het beslag wordt uitgevoerd.

  3. Strategie voor schuldeisers: Een EAPO biedt snelle zekerheid, maar vereist wel gedetailleerde onderbouwing van zowel de vordering als het risico op vermogensonttrekking.

Conclusie

De CFD-broker zaak illustreert hoe de EAPO-Verordening schuldeisers helpt bij grensoverschrijdende incasso, maar ook de grenzen van de regeling blootlegt. Vooral bij complexe financiële structuren (zoals CFD-brokers) blijft nauwe samenwerking met lokale experts in de lidstaat van tenuitvoerlegging essentieel. De uitspraak benadrukt verder het belang van proactieve risicodocumentatie om aan de EAPO-criteria te voldoen.